Wat de eerste Digiladder-adviesgesprekken zichtbaar maken

Nu de laatste Digiladder-adviesgesprekken van deze eerste ronde achter de rug zijn, ontstaat een eerste beeld van wat de Digiladder in de praktijk zichtbaar maakt. Digitale kansen horen daarbij, maar ook de vraag waar de basis nog aandacht vraagt. Juist daarin zit de waarde van deze fase. De Digiladder brengt niet alleen in kaart wat technisch mogelijk is, maar laat ook zien welke voorwaarden eerst op orde moeten zijn om verder te kunnen bouwen.

 

Wie het over digitalisering in de huisartsenzorg heeft, denkt al snel aan nieuwe functies, extra digitale kanalen of slimmere vormen van ondersteuning. De Digiladder laat zien dat vooruitgang in de praktijk vaak op een ander punt begint. Meer overzicht, meer grip en een stevigere digitale basis blijken minstens zo bepalend.

Dat was ook in meerdere Digiladder-adviesgesprekken zichtbaar. Onderwerpen als veilige communicatie met patiënten, geheimhouding in het team, overzicht van verwerkingen met persoonsgegevens, continuïteit bij uitval van ICT of telefonie, het opschonen van dossiers en het goed vastleggen van identiteit en BSN kwamen nadrukkelijk terug. Misschien missen deze thema’s de glans van innovatie, maar ze zeggen veel over hoe robuust een praktijk digitaal georganiseerd is.

De kracht van de Digiladder zit juist in die combinatie. Aan de ene kant brengt het instrument digitale volwassenheid in beeld. Aan de andere kant dwingt het tot een concretere vraag: wat is hier nu de logische eerste stap? Niet alles hoeft tegelijk. Niet alles is even urgent. Maar zonder duidelijke volgorde blijft digitalisering al snel hangen in goede bedoelingen, losse ideeën of projecten die zich opstapelen zonder echt te landen in het dagelijks werk.

Onderstaande grafiek laat zien welke Digiladder-prioriteiten binnen trede 1 en 2 in de eerste gebruikersgroep het vaakst terugkwamen. Voor deze visual is bewust gekozen voor de onderste treden van de Digiladder, omdat juist daar veel basisvoorwaarden samenkomen die in de praktijk eerst aandacht vragen.

 

 

De labels in deze grafiek verwijzen nadrukkelijk naar onderwerpen die nog aandacht vragen binnen de digitale basis van een praktijk. Het gaat dus om punten waarop nog winst te behalen valt. Wat daarbij opvalt, is minder hoe vernieuwend deze onderwerpen klinken, en vooral hoe fundamenteel ze zijn. Een back-upstrategie die technisch vaak al bij de leverancier is belegd, maar in de praktijk ook aantoonbaar moet werken. Afspraken over vertrouwelijke communicatie die breed bekend zijn en in het dagelijks werk worden nageleefd. Een gegevenshuishouding die formeel klopt én werkbaar blijft op de werkvloer. Juist dit soort thema’s bepalen of verdere digitalisering ergens op kan landen.

In de uitgewerkte Digiladder-adviesrapporten staan dit soort basisvoorwaarden dan ook nadrukkelijk centraal. De reden is eenvoudig: digitale ontwikkeling krijgt pas echt waarde wanneer onderliggende processen, veiligheidsmaatregelen en verantwoordelijkheden voldoende stabiel zijn. Zonder dat fundament stapelt nieuwe functionaliteit zich op een basis die daar nog niet klaar voor is.

Misschien is dat wel een van de nuttigste uitkomsten van deze eerste ronde. Digitalisering begint in de praktijk lang niet altijd bij grote innovaties. Vaker begint het bij standaardisatie, borging en beheersbaarheid. Minder opvallend, zeker. Maar wel essentieel als digitale zorgtoepassingen veilig, flexibel en werkbaar moeten zijn.

Daarmee is de Digiladder meer dan een scan of momentopname. Het is een manier om scherper te krijgen waar de digitale werkwijze van een praktijk nu staat, welke thema’s eerst aandacht vragen en welke stap daarna logisch is. Geen blauwdruk voor iedereen, wel een hulpmiddel om de juiste volgorde te bepalen.

Ook aan de slag met de Digiladder? Op dinsdag 12 mei start een nieuwe Digiladder-groep. Er zijn nog plekken beschikbaar. Meer informatie of direct aanmelden kan via pod@medrie.nl.

- Sil van der Weide