De ontwikkeling van digitale (zelftriage)tools, waaronder MINDD, gaat snel. Tegelijkertijd zijn de regels en toetsingskaders nog niet op alle punten even ver ontwikkeld. MINDD lijkt niet tegen de regels, maar nog niet alles is helemaal duidelijk. Die onduidelijkheid zit zowel in de inhoudelijke validatie als in de juridische borging.
InEen is, net als de LHV en het NHG, van mening dat digitale (zelftriage)tools moeten voldoen aan alle geldende wet- en regelgeving. Daarbij hoort ook een realistische MDR-classificatie en de verplichtingen die daaruit voortvloeien. Het is aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) om vast te stellen of hier volledig aan wordt voldaan. Op dit moment is er geen verbod of aanwijzing van de IGJ om te stoppen met het gebruik van MINDD.
Zelftriage wordt al langere tijd gebruikt om de urgentiebepaling in de zorg te ondersteunen. Belangrijk hierbij is dat de patiënt altijd de mogelijkheid heeft om, bijvoorbeeld bij twijfel, via een andere wijze contact met de zorgaanbieder te leggen. In MINDD wordt dit ook expliciet aangegeven.
InEen heeft momenteel geen reden om aan de werking van MINDD te twijfelen. Wel is het wenselijk om via een onafhankelijke validatie beter zicht te krijgen waarop de adviezen zijn gebaseerd. Hierbij geldt dat dergelijke tools werken als ondersteuning van het zorgproces en niet als vervanging van de beoordeling van patiënten.
Wanneer er twijfel is over de inzet, kun je het gebruik tijdelijk beperken tot informatieve ondersteuning en dat ook richting patiënten communiceren. Bijvoorbeeld door op de website aan te geven dat bij twijfel ook telefonisch contact mogelijk is.
Meer informatie en updates worden gegeven door InEen op de volgende pagina:
https://link.ineen.nl/nieuws/media-aandacht-voor-moet-ik-naar-de-dokter