Laaggeletterdheid in de huisartsenpraktijk of de wijk

Bij laaggeletterden is het taalniveau zo laag dat zij gedrukte en geschreven informatie niet goed kunnen gebruiken om te functioneren in de maatschappij, om de eigen doelen te bereiken en om de eigen kennis en mogelijkheden te ontwikkelen. (Deze de definitie is afgeleid uit CINOP, ‘Laaggeletterdheid in Nederland’ 2011). Naast lees- en schrijfvaardigheden vallen ook rekenvaardigheden en digitale vaardigheden onder laaggeletterdheid. 

In 2020 is er een impactanalyse in Flevoland gehouden. Daarin viel het hoge percentage laaggeletterdheid op. Daar waar het landelijk gemiddelde 11,9% bedraagt, is dit percentage in de regio's Lelystad, Urk en KopNop >16% en in Dronten 8-11%. 

Waarom aandacht voor laaggeletterdheid?

Laaggeletterdheid en daarmee samenhangende lage gezondheidsvaardigheden hebben tot gevolg dat deze groep vaker ziek is, meer gebruik maakt van (medische) zorg en korter leeft. Laaggeletterdheid herkennen en registreren geeft u als professional de mogelijkheid uw communicatie tijdens de consultvoering aan te passen. Het bespreekbaar maken van laaggeletterdheid stelt de patiënt in staat om op zoek te gaan naar mogelijkheden zijn/haar taalvaardigheden te verbeteren.